|
Het mishandelen van dieren werd in ons land voor het eerst strafbaar gesteld in het Wetboek voor Strafrecht, dat in 1881 gereed kwam.
Het mishandelen van dieren werd toentertijd strafbaar gesteld, omdat ‘het aanschouwen van een daadvan dierenmishandeling kwetsend zou kunnen zijn voor de zedelijke gevoelens van mensen'. In het openbaar gepleegde dierenmishandeling werd dan ook zwaarder gestraft. Hier werden dus geen dieren maar mensen beschermd. Bovendien moest er sprake zijn van opzettelijke wreedheid. Omdat de bewijslast vaak een groot probleem vormde, is men er toe overgegaan aparte regelingen te maken voor bijzondere onderwerpen, zoals de ‘Trekhondenwet', de ‘Nuttige Dierenwet' uit 1914, de ‘Vogelwet' uit 1936 en de 'Jachtwet' uit 1954. Hierin werden bepalingen opgenomen die meer richt waren op de bescherming van het individuele dier. Daar zijn in de loop van de jaren nog vele wettelijke regelingen aan toegevoegd, zoals het ‘Waak- en Heemhondenbesluit' uit 1962.In 1961 werd de ‘Wet op de Dierenbescherming' van kracht. In 1981 verscheen de Nota Rijksoverheid en Dierenbescherming, waarin bepaald werd dat ieder individueel dier een eigenwaarde heeft (intrinsieke waarde), onafhankelijk van nut of schadelijkheid voor de mens.Dit uitgangspunt ligt ten grondslag aan de huidige Gezondheid- en Welzijnswet voor Dieren (GWW), waarvan in 1980 het eerste ontwerp verscheen. Deze wet beoogt aan dieren bescherming te bieden op grond van hun eigen intrinsieke waarde. In artikel 36 wordt bepaald dat het verboden is om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van een dier te benadelen. Deze bepalingen zijn in 1996 van kracht geworden. Dit artikel vervangt de strafbepalingen uit het Wetboek van Strafrecht, artikel 254 en 455). Bescherming voor individuele dieren in de natuur wordt verder geregeld in de Natuurbeschermingswet, die vervangen zal worden door de Flora en Faunawet. Hoewel de wetgeving op het gebied van dierenwelzijn dus is verbeterd, blijft het de vraag over er in de praktijk veel dierenleed mee voorkomen kan worden. Er zijn en blijven veel problemen bij het handhaven van dierenrecht. Deskundigen zullen moeten bepalen wat wel dan niet schadelijk is voor het welzijn van dieren. Dieren kunnen daar zelf geen uitspraak over doen. Dit blijkt in de praktijk vaak erg moeilijk te zijn. Er zijn zeer veel diersoorten. Bij elke soort zou apart bepaald moeten worden wat wel of niet toelaatbaar is. In ieder geval is de maatschappelijke discussie over het welzijn van dieren goed op gang gekomen en zijn dieren met eigen belangen in ons rechtsstelsel opgenomen.
|