|
De boommarter is een echte bosbewoner, die snel en soepel in de hoogste bomen klimt. Zijn langgerekte lijf meet zo’n 40 tot 50 centimeter en de flossige staart, die hem in balans houdt, is nog eens zo lang. Het gewicht bedraagt 1 tot 1,5 kilo.
Terwijl zijn neef de steenmarter plat over de grond sluipt, huppelt de boommarter op hoge poten rond. Hij eet vogels, eieren, kleine zoogdieren, amfibieën en insecten, maar ook bessen en ander fruit.
Mannetje en vrouwtje leven solitair. Boommarters zijn nieuwsgierig, maar je ziet ze zelden. Volgens ruwe schattingen zijn er nog 500 tot 1000 exemplaren in ons land, vooral op de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe, naast kleine populaties in Zuid-Limburg en Drenthe.
Open terrein wordt gemeden, vanwege de vos, die zowel voedselconcurrent als predator is en uit angst voor loslopende honden. Jonge marters worden soms door roofvogels gegeten. Schuw kun je de boommarter niet noemen, eerder behoedzaam. Met zijn superieure zintuigen merkt hij wandelaars van verre op en wacht dan even achter een boomstam totdat ze voorbij zijn.
Maar vrouwtjes die een nest verzorgen laten zich door waarnemers niet afschrikken en soms nestelen ze zelfs onder het dak van zomerhuisjes of schuurtjes. Ze zijn vanaf de namiddag tot laat in de ochtend actief. Het vrouwtje werpt eenmaal per jaar, doorgaans twee tot vier jongen. Bij voorkeur kiest ze een nestholte die door de zwarte specht hoog in een beukenboom is uitgehakt. Dat levert een veilig, besloten kraamnest op.
Als de jongen een paar weken oud zijn en hun eerste klimles krijgen, wordt het risico van valpartijen uit zo’n hoge boom te groot. Dan verkassen moeder en kroost vaak naar een eik, die met zijn ruwe schors gemakkelijker te beklimmen is, en minder hoog. De nestholte wordt in een volgend seizoen haast nooit opnieuw gebruikt. In een dag of vijf ontwikkelen de jongen zich van onbeholpen krabbelaars tot echte acrobaten, die van boomtop naar boomtop springen.
Het is van groot belang dat in het nestseizoen, half mei tot half juni, het aanlijngebod voor honden in het bos wordt nageleefd, omdat loslopende honden veel slachtoffers onder de jonge marters kunnen maken. Ondanks zijn mooie bontjas heeft de boommarter met zijn langgerekte lijf veel last van de kou. ’s Winters slaapt hij graag in oude konijnenholen.
’s Zomers zie je hem ook wel in een oud duivennest: een rommelig bosje twijgjes met een soort slapende bontmuts erop. Uit onderzoek met dieren met een zender blijkt dat jonge mannetjes in een nacht al zwervend wel 5 tot 10 kilometer afleggen. Dat levert veel verkeersslachtoffers op de grootste bedreiging voor deze diersoort.
Wildrasters helpen niet, daar klimmen ze moeiteloos overheen. Wel is aangetoond dat snelheidsbeperkingen op boswegen het aantal verkeersslachtoffers doen verminderen. Op moderne, geruisloze asfaltwegen horen de dieren auto’s overigens veel minder goed aankomen dan op ouderwetse klinkerwegen.
Alle boommarterslachtoffers, hoe plat ze ook zijn, worden ingezameld door het Instituut voor Bos en Natuuronderzoek in Arnhem. Dit is belangrijk onderzoeksmateriaal. Vaak zijn dit de enige waarnemingen van de soort in een gebied.
Uit het gebit valt de leeftijd te schatten, aan littekens in de baarmoeder is te zien of een vrouwtje aan de voortplanting heeft deelgenomen en dus, in ons versnipperde land, nog een maatje heeft kunnen vinden. De eerste chemische analyses wijzen uit dat boommarters, net als otters, zeehonden en andere waterbewoners, een verontrustend hoog rcs-gehalte in hun vetweefsel bezitten, wat hun vruchtbaarheid kan schaden.
Ook de Vereniging Das & Boom ijvert voor het herstel van de leefgebieden van de boommarter zodat de Nederlandse marterstand zich kan herstellen.
De dierenambulance Doetinchem is als stichting een meldpunt voor wat deze dieren betreft. Indien een steen/boommarter of das wordt aangereden of het is dood aangetroffen kan dit bij de dierenambulance gemeld worden. De dierenambulance draagt er dan zorg voor, dat het voorval wordt aangemeld bij de vereniging "Das & Boom".
|