|
Het komt voor dat we (te) laat aankomen wanneer bij een ongeval om spoedeisende hulp gevraagd wordt. Dit ligt niet aan de dierenambulance maar gewoon aan de drukte op de wegen en met name in de binnensteden.
Bij aankomst op de plaats van het ongeval wordt ons vaak gevraagd waarom we niet sneller ter plaatse zijn. Vaak bestaat een stuk onbegrip bij de mensen, dat zich dan richting de dierenambulanceman keert. De dierenambulance heeft niet dezelfde status als een brandweer, ambulance of politie. We hebben daarom ook geen ontheffing van de verkeersregels op de weg en mogen daarom niet harder rijden. Een mensenleven gaat voor een dierenleven. De dierenambulance kan en wil dit niet veranderen. Meestal vragen we de politie of we bij een ongeval of spoedgeval bij uitzondering harder mogen rijden. Het is dan de meldkamer van de politie die bepaalt hoe groot de ernst is en of wij wel of niet harder mogen rijden. We proberen zo snel mogelijk op de plaats van bestemming te komen en op tijd te zijn. Helaas zijn er veel weggebruikers die de dierenambulance, op weg naar een ongeval, niet laten passeren, ook al voeren we de waarschuwingslampen. Zij vergeten echter, dat het de volgende keer hun eigen (huis) dier kan zijn die om hulp roept. We doen ons best en meer kunnen we niet. Wij vragen om begrip voor onze situatie.
|